Schouderinstabiliteit – Zeist

Schouderinstabiliteit

Schouderinstabiliteit

Wat is schouderinstabiliteit?

Deze schouderaandoening komt vrij vaak voor bij die sporten, waar sprake is van herhaalde, zeer snelle schouderactiviteiten, zoals werpen of zwemmen.
Om te begrijpen wat de oorzaken kunnen zijn, is het belangrijk om eerst enigszins te weten hoe een schouder in elkaar zit.

De bovenarm zit met zijn kop in de kom onder het schouderdak. De kom omsluit maar gedeeltelijk de kop van de onderarm. Om te voorkomen dat de kop van de bovenarm uit de kom schiet, zit er een ring van kraakbeen aan de rand van de kom. Deze maakt de ruimte van de kom als het ware wat dieper, zodat de kop goed wordt omsloten en er niet uit kan vallen. Deze ring wordt het labrum genoemd.
Vervolgens loopt er een aantal banden over het schoudergewricht.

Deze banden worden ligamenten genoemd. Deze zijn afwisselend gespannen dan wel ontspannen, afhankelijk van de stand van de schouder. Zo is er in elke stand van de schouder wel een aantal ligamenten gespannen. Dit draagt bij aan de stabiliteit van de schouder.
Het labrum en de ligamenten zorgen voor passieve stabiliteit. Het labrum en de ligamenten kun je namelijk niet aanspannen of ontspannen.
Ten slotte lopen er spieren over het schoudergewricht. Zij zorgen niet alleen voor het bewegen van de schouder, maar zij leveren ook een bijdrage aan het stabiliseren van de schouder. Door het aanspannen van deze spieren wordt de kop namelijk goed in de kom gefixeerd. Dit wordt actieve stabiliteit genoemd.

Een schouderinstabiliteit kan ontstaan als een van de eerder genoemde structuren beschadigd raakt.
Het is ook mogelijk dat al bij de geboorte een aantal structuren te los zit, waardoor er instabiliteit kan ontstaan.
Bij sporten als zwemmen en werpen kunnen er herhaaldelijk kleine beschadigingen in het labrum of de ligamenten optreden, ook kunnen de ligamenten herhaaldelijk worden uitgerekt, waardoor ze langzamerhand hun stabiliserende functie verliezen. Dit verrekken kan ook in één keer gebeuren, bijvoorbeeld na een val op de schouder of arm.

Andere oorzaken zijn een verstoord spierevenwicht, of een slechte coördinatie.
Bepaalde spieren kunnen verzwakt zijn, of spannen niet op het juiste moment aan.
Ten slotte kan een schouderinstabiliteit ontstaan naar aanleiding van een bewegingsbeperking in de rug. Als er een aantal wervels niet meedraait met het maken van een werpbeweging of een borstcrawl, moet de schouder extra hard werken om toch de juiste bewegingsuitslag te halen. Ook dan ontstaat er een bovenmatige rek op de stabiliserende structuren van de schouder.

Wat kun je eraan (laten) doen?

De therapie bestaat in eerste instantie uit het verminderen of vermijden van activiteiten waarbij je de klacht provoceert. Er kan dan wel worden begonnen met een oefenprogramma. Dit oefenprogramma bestaat uit het versterken van de spieren rondom de schouder. Bovendien moeten de spieren leren aanspannen op de juiste manier én op het juiste moment. Dit gebeurt door middel van coördinatieoefeningen. De spieren zorgen dan uiteindelijk voor actieve stabiliteit, ook al is de passieve stabiliteit verminderd. Indien nodig worden de wervels in de rug gemobiliseerd.
Als blijkt dat een oefenprogramma onvoldoende resultaat heeft, kan besloten worden de passieve stabiliteit van de schouder te vergroten. Dit gebeurt door middel van een operatie, waarbij een aantal structuren worden ingekort. Dit is echter geen lichte ingreep en moet alleen overwogen worden als het oefenprogramma onvoldoende effect heeft.