Liesblessures – Zeist

Liesblessures

Liesblessures

Liesblessures kunnen vele oorzaken hebben. Vaak betreft het een overbelastingsklacht van de spieren en pezen die aanhechten in de lies, die kan leiden tot een ontstekingsreactie (tendinitis). Maar ook een gehele of gedeeltelijke spierscheur (ruptuur) kan leiden tot klachten in de lies.

De spiergroepen die de oorzaak zijn van deze klachten zijn:

1. De spieren die het been naar binnen bewegen (adductoren)

2. De spieren die de heup buigen (iliopsoas en rectus femoris)

3. De rechte en schuine buikspieren

Overbelastingsblessures komen vaak voor bij teamsporten zoals voetbal en hockey, maar ook atletiek (lange afstand lopen, hordenlopen, hoogspringen) en schaatsen zijn takken van sport waar relatief veel liesblessures voorkomen.

Liesklachten die het gevolg zijn van overbelasting komen voor in verschillende gradaties:

Graad 1: Pijn treedt op na sportbeoefening, startpijn/ stijfheid ’s ochtends.

Graad 2: Pijn bij warming-up en in verloop van sportbeoefening

Graad 3: Pijn is voortdurend aanwezig tijdens sportbeoefening

Graad 4: De pijn is in het dagelijks leven voortdurend aanwezig.

De eerste maatregel die genomen wordt is het verminderen van de trainingsbelasting; de mate waarin dit gebeurt is afhankelijk van de ernst van het letsel. De sportfysiotherapeut kan helpen met het opstellen van een gedoseerd trainingsprogramma en de aandoening behandelen met diepe dwarse fricties. Ook het rekken van de spieren in de lies en het versterken van de buikspieren maken deel uit van de behandeling. Het opbouwen van de kracht en sportspecifieke oefeningen is in een later stadium van de behandeling aan de orde.

Wanneer de liesklachten het gevolg zijn van een ruptuur, ligt de oorzaak in een plotselinge beweging zoals een sliding of draaibeweging bij voetbal. Hierbij voelt de sporter een plotselinge pijnscheut in de lies, waarna er stekende pijn in combinatie met zwelling en verkleuring optreedt.

Na de eerste noodzakelijke hulp (ijs en totale rust), is voor een goed herstel weer de hulp van een sportfysiotherapeut noodzakelijk. Naast het voorzichtig rekken van de spier en behandelen met diepe dwarse fricties, wordt er begonnen met een oefenprogramma voor het spierherstel, waarbij een goede opbouw uiteraard belangrijk is.

De sportfysiotherapeut kan ook adviseren in het nemen van preventieve maatregelen. Een goede warming-up met rekkingsoefeningen, samen met een goede getraindheid van spiercoördinatie, lenigheid en kracht zijn zinvol om deze klachten in de toekomst te voorkomen.